Algemeen :
Onze medewerkers en medewerksters zijn verdeeld over drie nivo's
De basis voor iedere verbindingsdienst is het overbrengen van berichten zodat de juiste berichten bij de juiste personen aankomen. In beginsel is ieder bericht een beschrijving van een (te verwachten) situatie. De verbindingsdienst is er in gespecialiceerd om deze berichten via de beschikbare mediums van de berichtverzender (bv) bij de berichtontvanger (bo) te brengen.
De eenvoudigste manier van een bericht overbrengen is om dit bericht op te schrijven en van de bv. naar de bo. te vervoeren (ordenance), echter, dit neemt relatief veel tijd in beslag waardoor snelle en effectieve commandovoering bemoeilijkt wordt.
Tegenwoordig beschikken we over snellere mediums zoals: telefoon, fax, e-mail en radiocommunicatie. Al deze mediums maken het mogelijk om een snelle en effectieve commandovoering te realiseren. Onder normale omstandigheden voldoen al deze mediums.
Onder minder normale omstandigheden, zoals tijdens rampen of oorlogssituaties zullen een aantal van deze mediums echter moeilijk of niet werken, een telefoonnetwerk (waar ook fax en e-mail van afhankelijk zijn) kan overbelast raken (zoals tijdens de jaarwisseling) of zelfs geheel wegvallen. Radiocommunicatie is storingsgevoelig maar heeft een heel hoge bedrijfszekerheid en wordt om deze reden door veel verbindingsdiensten gebruikt voor het overbrengen van berichten.
Om radiocommunicatie soepel te laten verlopen zijn er radioprocedures, deze maken het mogelijk om berichten kort en duidelijk te maken voor zowel de bv. als de bo.
Een ander gebruik in de radiocommunicatie is het gebruik van roepnamen. Deze roepnamen zijn eigenlijk nummers die door hun opbouw een unieke code vormen voor de gebruikers, bij Het Nederlandse Rode Kruis zijn deze 4 cijferig met als toevoegmogelijkheid een 5e cijfer (uitbreidingsreeks) en als volgt opgebouwd :
1e cijfer : provinciecode (1 t/m 9)
2e cijfer : regiocode (0 t/m 9)
3e cijfer : afdelingscode (0 t/m 9)
4e cijfer : functiecode (0 t/m 9)
5e cijfer : uitbreidingsreeks (1 t/m 9, bij grote personele inzet)
Uitzondering hierop zijn een reeks roepnummers toegewezen aan de afdeling T&O en een aantal provinciale functies, hierbij is de regiocode altijd 0 en een aantal regiofuncties, hierbij is de afdelingscode altijd 0.